Fazant
Klasse : vogels
Orde : galliformes
Familie : phasianus colchicus colchicus
Biotoop
Oorspronkelijk zijn alle fazanten afkomstig uit Azië. De fazant is een standvogel (trekt niet) die zich het best
thuis voelt in vochtige, halfopen landschappen, met voldoende dekking.
Uiterlijke kenmerken
Bij de fazanten zijn de mannetjes opvallend gekleurd, zodat de hennen ze gemakkelijk kunnen terugvinden. De bonte kleur
vestigt ook de aandacht van vele predatoren op de haan. Omdat de hen en de kuikens eenvoudiger gekleed zijn
(gevarenkleed), ontsnappen ze gemakkelijker aan de aandacht van de predatoren. De bonte kleuren van de haan prikkelen ook
andere hanen tot paringsgevechten. Door die gevechten komt het gezonde en sterke mannetje tot voortplanting en geeft
daarmee zijn goede eigenschappen verder aan het nakomelingenschap, terwijl de zwakke en de zieke mannetjes niet aan de
voortplanting deelnemen.
De kleuren van de haan zijn prachtig: op de borst heeft zijn glanzende roodbruine pluimen, zijn kop en zijn hals glanzen
groenblauw tot aan de witte halsring, voor zover die aanwezig is. Rond de ogen is er een grote dieprode krans en volwassen
dieren hebben een paar korte oorpluimpjes. In de voortplantingsperiode steekt de haan zijn oorpluimpjes fier de hoogte in
en blinkt hij op zijn mooist.
De kleur van de hennen is licht- tot donkerbruin met donkere vlekken. Hoewel de haan en hen allebei een lange spitse
speerstraat hebben, is de staart van de hen korter. Alle fazanten hebben korte afgeronde vleugels, waarmee ze een snelle
krachtige vlucht kunnen ontwikkelen. Bij gevaar geven ze er de voorkeur aan snel weg te lopen, maar in nood kunnen ze maar
moeizaam stijgen, bijna recht omhoog. Als ze eenmaal vliegen, halen ze een verassende snelheid, die wel honderd kilometer
per uur zou kunnen bereiken.
Voortplanting
De fazant leeft polygaam. Al vroeg in het voorjaar baltsen de hanen. Iedere haan legt beslag op een eigen territorium:
een oppervlakte van 5 hectaren voor oudere hanen, terwijl een jonge haan zich met de helft tevreden stelt. Hij meldt zijn
aanwezigheid aan concurrenten en paarlustige hennen door regelmatig te kraaien, met de vleugels te roffelen en elke
indringer met spoor en bek te lijf te gaan.
De hennen komen zich vol bewondering bij zo’n prachtige minnaar voegen. Galant maakt hij hen geregeld het hof, tot
ze eenmaal een nest eieren hebben. Vanaf dat ogenblik zal de haan zijn functie als blikvanger voor predatoren op zich
nemen en ver van het nest wegblijven.
De hen maakt een eenvoudig nest in dichte dekking op de grond. Ze legt 6 à 16 eieren met blauwgrijze tot
koffiebruine kleur en broedt 24 à 26 dagen. Soms vind je eieren bij de vleet in één nest, omdat
fazanten soms in elkaars nest leggen. Pas uitgekomen fazantje volgen onmiddellijk de moeder (nestvlieders). Een
fazantenmoeder zal haar kuikens door dik en dun verdedigen. Bij toevallige ontdekking doet ze alsof ze vleugellam is en zo
kan ze door haar opvallend gedrag de aandacht van haar kuikens wegtrekken.
Dankzij de schutkleur, waardoor de kuikens zeer moeilijk te zien zijn, overleven ze soms een onaangename ontmoeting. Toch
is het verlies onder de kuikens zeer groot. Meestal kunnen de zwakste kuikens de hen niet eens volgen en verkommeren ze.
Fazantenkuikens zijn zeer gevoelig voor vocht en diverse parasieten. Na drie maanden kunnen fazanten voor zich zelf zorgen
en valt de familieband weg. | Hunting-Quiz
U bent nog niet ingelogd. Gelieve u eerst in te loggen!
|