De houtduif
Klasse : vogels
Orde : columbiformes
Familie : Columbidae
Soort : columba palumbus
Biotoop
De houtduif komt vrijwel overal voor. Ze kan zich enorm goed aanpassen.
Uiterlijke kenmerken
De bovendelen zijn blauwgrijs getint, iets donkerder op de vleugels en zwart op de staart. De borst is wijnkleurig, een
kleur die onopvallend vervloeit in het lichte grijs van de buik, de flanken en de onderzijde van de staart. Zowel de stuit
als de kop zijn blauwer grijs dan de rest van de rug, terwijl iriserend blauwgroen de zijkanten van de hals kleurt; grote
witte vlekken lopen vrijwel samen op de nek. Over de zwarte staart loopt een brede band en enkele brede witte banden
dwarsen de vleugel. De gloed in het verenkleed verleent de vogel een helder uiterlijk, maar gaat bij slechte conditie
verloren. De basis van de snavel is roze, de rest gaat van geel over in het lichte bruin van de snavelpunt. De snavel
verbreedt zich aan de basis in een zachte, witte knobbel die door de membranen boven de neusgaten gevormd wordt. De
koraalrode poten zijn lichtpaars getint. In de strokleurige ogen valt een kleine peervorige iris op, wat de vogel een zeer
waakzaam uiterlijk geeft.
De pasgeboren jongen hebben een grijsachtig blauwe huid met hier en daar een plukje strokleurig dons. De ogen gaan pas op
de derde of vierde dag open en pas rond negende dag verschijnen de veren.
Voorplanting
Het baltsgedrag ziet er als volgt uit: de duiven buigen de kop, de staart wordt opgeheven en gespreid. Intussen klinkt
het begeleidende baltslied. Na een tijdje duldt het vrouwtje het mannetje dicht in haar buurt en vormen ze een paar. Vanaf
dan begint de nestplaatsselectie en het lokken van het vrouwtje naar die nestplaats. Het mannetje kiest een geschikt
plaats voor het nest en gaat daar zitten baltsen, maar nu beginnen de vleugels te trillen en de staart beweegt
schoksgewijs. Vervolgens minnekozen de duiven elkaar: ze wrijven de snavel langs elkaar en halen die door de veren van de
hals heen.
De belangrijkste functie ervan schijnt te zijn dat zo de ovulatie op gang gebracht wordt. Eens een nestplaats gekozen is,
begint de nestbouw. Ook een oud nest kan dienst doen, dat moeten ze alleen maar even opknappen.
De eerste nesten worden vanaf begin mei gebouwd. De nestbouw stopt eind september. De feitelijke ovulatie en de copulatie
hangen nauw samen met de nestbouwactiviteiten en het minnekozen.
Al een week voordat er eieren zijn, begint het vrouwtje te broeden. Ze zit op het nest en laat iedereen in de waan dat
het menens is. Misschien doet ze dit om het nest ondanks alle tekortkomingen zijn juiste pasvorm te geven.
Ongeveer een week later worden in twee dagen tijd eieren gelegd. Reeds na het eerste ei begint het broeden. Het mannetje
broedt van een uur of negen tot zestien uur, de rest van de dag broedt het vrouwtje. Het aflossen gebeurt zeer precies
zodat de eieren nauwelijks onbewaakt blijven.
Na gemiddeld 17 dagen komen de eieren uit. De eerste drie dagen worden de jongen zeer geregeld met melk gevoed, later
krijgen ze daarnaast ook het voedsel dat de ouders verzamelen. Na een 10-tal dagen worden de jongen alleen nog gevoerd bij
het wisselen van de wacht.
De jongen blijven gemiddeld 22 dagen in het nest. Nog vooraleer ze het nest verlaten, zijn de ouders weer bezig met een
nieuwe cyclus van baltsen, nest bouwen, eileggen etc. Ook als de jongen het nest verlaten hebben, zullen de ouders hen nog
eventjes voeren. | Hunting-Quiz
U bent nog niet ingelogd. Gelieve u eerst in te loggen!
|