Vos
Klasse : zoogdieren
Orde : carnivora
Familie : canidae
Soort : vulpes vulpes
Uiterlijke kenmerken
De kop en ruglengte bedraagt 60 tot 90 centimeter. De totale lengte is ongeveer 130 centimeter. De schouderhoogte is 35
à 40 centimeter. Het gewicht van een vos ligt tussen 5 en de 12 kg, gemiddeld is dit 7.
De kop is breed, het voorhoofd plat, de snuit is lang en dun.
De poten zijn erg dun en omdat de vos laagbenig is, maakt hij een bijzonder lange indruk. Meestal is zijn spoor
gemakkelijk te onderscheiden van dat van een hond. De nagels van beide zijtenen bereiken de zoolballen van de middenteen
aan de achterkant. Bij een snelle vlucht bedekken de achterpoten de prenten van de voorpoten, spoor lijkt dam op dat van
een haas.
De oren zijn breed aan de basis en spits aan de punt. Ze staan rechtop en aan de buitenkant zijn ze zwart. Ze zijn enorm
beweeglijk.
De ogen staan min of meer schuin, de pupil is verticaal en ellipsvormig.
De bijzonder lange staart is roodachtig met zwarte, gele of grijze tinten. De punt (lont) is meestal wit.
De lippen zijn witachtig grijs behaard. Die afstekende lichte kleur loopt over de hele hals en borst en gaat op de buik
over in een troebel tot donker grijs.
De tenen zijn zwart zodat hij de indruk geeft zwarte laarsjes te dragen. Het lichaam schijnt dik maar is in feite erg
slank en krachtig. Het bekende vosrood is het zuiverste aan de bovenkant van de kop tot ongeveer midden op de rug. Vanaf
die plaats komen witte haarpunten voor.
Voeding
De vos is een “alleseter”. Hij eet alles wat een kleinwildrevier oplevert, zowel haar als pluimwild. Vooral
e grondbroeders hebben het zwaar te verduren. Ziek en zwak wild wordt meestal eerst opgeruimd. Toch verorbert de vos een
enorm aantal muizen. Hij eet ook regenwormen, slakken, kevers, sprinkhanen, engerlingen,eieren,fruit, afval en planten.
Soms slaat hij ook een reekalf.
Deze opsomming is in een rijk kleinwildrevier wel enigszins anders ! In een jachtveld met veel konijnen is de verdeling
als volgt : 90% konijnen, 4% vogels en 6% muizen, eieren en insecten.
Voortplanting
Tussen kerstmis en half februari kam men loopse vossenmoeren aantreffen. Tijdens deze periode kan men over veld en bos
het drievoudige gekef van de paarlustige rekels duidelijk waarnemen. Tijdens de wintermaanden worden bijna geen sociale
activiteiten waargenomen, maar in de vroege lente gaan de individuen een gezel opzoeken. Daar monogamie de bovenhand
heeft, herstellen de oudere vossen het contact met elkaar, terwijl de jongen nieuwe paren vormen. Tijdens de twee weken
die de loopsheid van de moervos vooraf gaan is er een geweldige opleving in de gedragingen. Dit stelt de vossen in staat
elkaars plaats te bepalen. Niet – gebonden jonge moeren plaatsen sterk riekende urinetekens in hun gehele woongebied
en zetten een territorium uit, terwijl de rekels op zoek zijn naar een moertje. De moervos gebruikt vooral een speciale
schreeuw, een soort geblaf, om er zeker van te zijn dat ze een vaste partner heeft voor zij loops wordt. De naderende
loopsheid is te zien aan duidelijke fysieke veranderingen bij de moer : vooral het opzwellen van de vulvastreek en het
geregeld oprichten van de staart als een uitnodiging om te paren.
Gedurende drie weken houdt de rekel zich in de omgeving van de toekomstige moeder op. Zoals een echte man waakt hij
erover dat er geen andere rekels bij zijn vrouwtje komen.
Eenmaal de moervos zwanger is, begint ze het hol klaar te maken voor de komende worp. De pels op de buik bij de moer valt
ui en de tepels komen bloot te liggen. Het moertje draagt russen de 53 en 58 dagen. De meeste jonge vossen worden half
maart geboren. Zo een worp bestaat meestal uit 4 tot 6 jongen. Pasgeboren vosjes zijn niet groter dan een mol. Ze zijn dan
grijsbruin van kleur.
Om te werpen gebruikt de moer meestal een klein onopvallend werphol. Later worden de jongen in de muil naar een groter
burcht verplaatst.
Naarmate het moment van werpen nadert wordt de moervos minder actief. Sommige rekels kan men zien voedsel aanbrengen.
Meestal is dit niet nodig omdat de moervos een grote voorraad voedsel opslaat.
Na 12 dagen gaan de oogjes van de welpen open. In de derde tot vierde week wankelen de jonge vosjes voor de eerste keer
tot aan de ingang van het hol. Tot dan toe hebben ze louter van de moedermelk geleefd. Vossen zijn zeer vruchtbaar. Zo kan
het bestand op 1 jaar verdubbelen ! | Hunting-Quiz
U bent nog niet ingelogd. Gelieve u eerst in te loggen!
|