Wezel
Klasse : zoogdieren
Orde : carnivora
Familie : mustelidae
Soort : mustella nivalis
De wezel is het kleinste inheemse roofzoogdier. Wezels leven in heel Europa behalve in Ierland.
Uiterlijke kenmerken.
De wezel kan qua vorm en grootte met de hermelijn worden vergeleken. Alleen ontbreekt de zwarte staartpunt. Bovendien
blijven wezels anders dan hermelijnen ook na de herfstrui bruin.
De bovenzijde en de staart zijn bruinrood. De buik en de binnenzijde van de poten zijn wit. De ram meet ongeveer 18 tot
23 cm, de moer 16 tot 19 cm met een respectievelijke gewicht van 60 tot 120 g en 40 tot 80 g.
Levenswijze
De wezel laat zich niet gemakkelijk zien, hoewel het een dagdier is. In de zomer is hij bijzonder actief en zwerft hij
wijd rond. Tijdens de wintermaanden verblijft hij meer onder de grond in pijpen van mollen of muizen. Bij sneeuwweer komt
hij vrijwel nooit naar buiten zodat we met veel moeite een wezelprent in de sneeuw zullen opmerken.
Als typisch velddier heeft de wezel een voorkeur voor droge gebieden.
Voortplanting
De ranstijd valt voornamelijk tijdens de maanden februari en maart. Na een draagtijd van 1 maand worden er 6 tot 8
jongen geworpen.
Na 3 maanden zijn ze zelfstandig. |