browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.
U bent hier: Hunting.be > Jacht > Tips > Jachtrevier verzorging

Jachtrevier verzorging

Blijvend Jagen – Paul Wyndaele

Als onderdeel van de hunting.be tips een serie over de Jachtrevier verzorging.
Hier gaan we dieper in op de kleine en grote noden van het kleinwild en de zorg voor het grofwild. We besteden aandacht aan het veldwerk en de uitrusting en staan ook stil bij de bestrijding van de Predatoren.

Met dank aan Paul Wyndaele, auteur van het boek Blijvend Jagen.

Het boek met een volledig jaaroverzicht van de Revierverzorging op de website van HVV

 

 

Wintermaanden
December, Januari, Februari

Kleinwild
Tegen het einde van deze periode is het zaak om de voederplaatsen te verspreiden en strategisch te kiezen. Eind februari verspreiden de Patrijzen en Fazanten hennen zich om hun broedgebied uit te zoeken.

Grofwild
Bij strenge winter is eventueel bijvoederen met krachtvoer nodig. Hier kan dan, indien nodig, ook anti-wormmiddel toegediend worden. Bij streng vriesweer is vochthoudend voedsel aangewezen, zoals appelen of doorgesneden bieten.
En, mid-januari, start de Reejacht. De tellingen en identificatie kan nu reeds aanvangen.

Veldwerk
Om de dekking te verjongen kan men delen van bosranden inkorten en zodoende voor jong hout zorgen. Werp ook wat kalk aan bosranden en hagen en plant, waar mogelijk, vlierstruiken.

Uitrusting
Na het jagen is er tijd voor het winterwerk. Klaarmaken van de hoogzitten of aanzitschermen, voederstellen, waterbakken. Tevens kan ook de planning opgemaakt worden voor de wildakkers. Hier zeker de zeer gegeerde Brem niet vergeten.

Predatoren
In de maand januari is het paartijd bij de vossen. Een ideale gelegenheid om ook overdag Vossen tegen te komen, en te bestrijden.

Maart

Maartse buien en Aprilse grillen. Maar vanaf deze maand hangt duidelijk de Lente in de lucht.

Kleinwild
En deze nieuwe lente is zeker te zien bij de Hazen met hun maartse kolder.
Zeker nu in deze periode te doen is de inventaris van wat er qua wild de winter doorgekomen is. De Tellingen kunnen dus terug beginnen. De Hazen, normaal wat dagschuw, laten zich nu goed zien, de Fazanten geven met hun gekraai hun plaats en aantal vrij, en de patrijzen zijn nog redelijk goed te tellen op de kale velden.

Grofwild
Vooral bij de Reeën is er één en ander gaande. De zwakke stukken vallen eruit of kunnen nog bejaagd worden. Bij de bokken is er het bastgewei en bij de geiten de bolle buik (voor zettijd in Mei). Tellen hier kan best op een zonnig dag, als ook de Reeën op zoek gaan naar energieverstrekkende warmte.

Veldwerk
De Planttijd is aangebroken. Maar men moet snel zijn: een Maartse plantstaak is een Aprilse ovenstaak (ofte te laat geplant, belandt in April in de oven of haardvuur). En Hagen planen, altijd goed. Wilgen takken gewoon afsnijden en planten, het merendeel groeit vanzelf. Of Vlierstruiken of Laurierkers of Sleedoorn, allemaal goed, als het maar dekking geeft en de broodnodige insecten oplevert. De wildweides krijgen een kalktoeslag. De eerder uitgezaaide Brem kan nu in het veld uitgeplant worden.

Uitrusting
Een kleine ingreep in het revier zijn de nestkastjes. Zie onze Jacht Uitrusting voor een plan om ze zelf te knutselen. De reeën hebben vaak verschrikkelijk last van keelhorzels. De mezen zijn verzot op de eitjes van de keelhorzels en voorkomen zo dat het reewild verzwakt. Daarom een nestkastje voor de Mezen.

Predatoren
In deze periode even de aandacht voor een kleinere predator, maar daarom niet minder gevaarlijk, de rat. Zowel de zwarte als de bruine variant vreet aan onze voederplaatsen voor kleinwild en lust natuurlijk ook jonge konijnen en kuikens. Rattenvergif, afgeschermd voor bijvoorbeeld roofvogels, is hier een goede remedie.

April

Kleinwild
We letten we op de plaatsen waar de fazantenhanen de hennen lokken. Dit zijn de plaatsen om te voederen en de hennen, dicht bij hun nest van wat extra voedsel te voorzien.

Grofwild
Bij het grofwild , vooral de Reeën dan in Vlaanderen, is dit de periode dat de drachtige geiten hun jongen gaan verstoten. Door deze uittocht belanden nogal wat jonge reeën onder voertuigen en in kanalen. Vandaar het nut van reespiegels en uittreedtrappen.

Veldwerk

In de loop van de maand kunnen we reeds een eerste maal de paden maaien om later in de zomer de kuikens wat plaats te geven om zonnewarmte op te doen.
Ook moet er nog geplant worden onze suggesties: aardperen (met zijn 1,5 tot 3,5m goede dekkingsplanten en windvangers, maar ook de licht verteerbare knollen), maïs (dekking en voeding voor fazant en patrijs) rogge, boekweit, bladkolen, graan (afhankelijk van de beoogde wildsoort, of specifiek zoete lupinen (speciaal voor de Ree), Rabarber (een paraplu voor wild – bijvoorbeeld dicht bij de voederplaats, een bescherming tegen het zicht van predators, en op het einde van de zomer nog lekker ook).

Uitrusting
Volgende maand start dan de Bokkenjacht en kunnen we misschien nu, als we de hoogzitten controleren, gebruik maken van de gewenningstip (zie Jachttechnieken)

Predatoren
Ook aandacht voor de Rechtbekken. Voor de vangkooien gebruik je best een lokker vreemd aan het gebied zodat de territoriumdrift bij de plaatskraaien hun schuwheid overschaduwt. Plaats de kooi ook best onder een boom zodat de argwaan om vanuit een boom de kooi in te duiken kleiner wordt.
Nu kan ook de Muizenburcht aangelegd worden (zie jachttechnieken) dan kunnen de muizen in de loop van de lente en de zomer hier hun intrek nemen. Bij de opening van de Vos in oktober hebben we dan een volledig legaal lokmiddel.

 

Mei

Kleinwild
Het woord bij Kleinwild deze maand is Kalk. Nodig voor de vorming van de eierschalen bij Patrijzen, Fazanten, Eenden en Houtduiven. Maar ook de zoogdieren doen zich hier aan tegoed voor de vorming van hun beenderstelsel, maar ook de productie van melk. De geweidragers gebruiken de kalk dan weer voor de vorming van het gewei. (Meer details over hoe, wat en wanneer in het boek, wij willen hier enkel als herinnering één en ander aanhalen).

Verder voor het Kleinwild, vooral de grondbroeders, zoeken we de nesten, om zo dicht mogelijk drank en voedsel te voorzien. Een extra aanvoer van dierlijk voedsel voor onze grondbroeders is natuurlijk ook altijd goed. Dit kan door het plaatsen van vleeswormverdelers of het aanleggen van bosmierennesten.

Grofwild
In mei worden de jonge kitsen gezet. Net voor het maaien van vroege graslanden kan men met een goede hond de kalfjes moeten kunnen lokaliseren. Nooit met de handen aan de kitsen komen. Gebruik beter een jutte zak of grassen om de mensengeur van de dieren weg te houden. Eenmaal de geredde dieren op een veilige plaats vindt het moederdier ze wel vlug terug. Hieronder een instructie video met meer tips & tricks.

Veldwerk
Op plaatsen met veel betonnen ruilverkavelingswegen en niet de oude “loswegen” is het zaak om hier en daar wat grof zand uit te strooien. Nuttig voor de stofbaden, maar ook om in de maag te helpen bij het malen van de grove graankorrels. Indien er weinig ruige veldranden zijn is het nuttig om hier en daar wat bonenstaken te plaatsen als herkenningspunt voor de Patrijzen. De eerder aangelegde paden mogen in mei nogmaals gemaaid worden als zonneplaats voor de uitkippende Fazanten en Patrijzen.

Uitrusting
In minder dan 2 weken start dan de Bokkenjacht en kunnen we misschien nu, als we de hoogzitten controleren, gebruik maken van de gewenningstip (zie Jachttechnieken)

Predatoren
Hier refereren we naar het franse spreekwoord “En mai ou jamais”, alleszins voor de kraaien, nu of nooit.

 

Juni

Voor Juni en eigenlijk ook Juli is het zaak de natuur zijn werk te laten doen, en is er weinig interventie nodig. Het weinige dat we kunnen doen vatten we hier samen.

Kleinwild

Rond 9 juni komen de meeste patrijzenkuikens uit het ei en hopen we op warm weer. Dit zorgt ervoor dat ze hun lichaamstemperatuur makkelijker op peil kunnen houden, maar ook dat de zo broodnodige insecten gemakkelijker bewegen.

Grofwild
De kitsen zijn nu zo ver opgegroeid dat ze het moederdier vrij gemakkelijk volgen en dus niet zo vlug als slachtoffer bij het maaien omkomen. Evenwel, als je weet wanneer er gemaaid word in je reeën gebied, kan een rondje met de staande hond natuurlijk geen kwaad.
Half juni zijn alle reeën rood verhaard. De niet verhaarde exemplaren zijn ziek (meestal wormen, of keelhorzels). De jaarlingen en de tweejarigen vegen nu ook (gezien het kleine gewei, lukt dit meestal in een paar dagen). De reeën hebben nu ook verschrikkelijk last van keelhorzels. De eerder opgehangen mezen nestkastjes bewijzen nu hun dienst. De mezen zijn verzot op de eitjes van de keelhorzels en voorkomen zo dat het reewild verzwakt.

Veldwerk
De eerder aangelegde paden mogen nogmaals gemaaid worden als zonneplaats voor de uitkippende Fazanten en Patrijzen.  Liever met de ouderwetse zeis, dan met de, niets ontziende en dus gevaarlijke, bosmaaier.
Indien door de slechte lente (eigenlijk een milde winter) het inzaaien niet goed gelukt is, kunnen we nu nog eens herkansen. Het loont de moeite.
Wie de luxe heeft (qua ondergrond of goede voorzienigheid) om brem (Sarochamnus scaparius) in zijn revier te hebben heeft er een dokter en apotheker bij. Brem is voor reewild en hazen een levenselexir (het ontwormt en reinigt het volledige spijsverteringgestel).

Uitrusting
Met de warme dagen, hopelijk blijven ze voor een tijdje, is het ook nodig en nuttig om het wild van het nodige water te voorzien. Waterbakken controleren, uitkuisen, bijvullen. Werk genoeg voor de gardechasse, en denkelijk ook de jagers en andere buitenlui die het goed menen met ons wild.

Predatoren
Gezien het aanpassingsbesluit, dat sinds 2012 ook in werking is getreden, kunnen we nu “enigszins” optreden tegen één van onze ergste predators, de Vos.

 

Juli

Bijna identiek als Juli. Het weinige dat we kunnen doen vatten we hier samen.

Kleinwild

De kuikens en donsjes zijn nu reeds flink gegroeid en hebben veren. De zonnewarmte is nu een weldaad voor het kleinwild. Echter, bij warm weer hebben we, voor waterwild, kans op botulisme. Dit komt voor bij stilstaandwater boven 20°. Indien je dit vaststelt, actie!. Regelmatig, dagelijks, de kadavers ophalen, best met handschoenen en laarzen, en beter ook zonder hond. De kadavers goed verpakken en laten ophalen door een destructiebedrijf.
Blijven bijvoederen is nu noodzakelijk, maar vooral zorgen voor drinkwater. Dit voor het vederwild, maar ook voor de Hazen. Als voer gebruiken we de, in november opgeraapte eikels, eventueel dorsafval. Nu ook voor het tussenseizoen het zaaigoed bezorgen aan de bereidwillige landbouwers voor de groenbemesting.

Grofwild
De kitsen verliezen nu hun witte vlekjes en worden sterk groter. Midden juli hebben we de bronst reeds. Terwijl de geiten gecharmeerd worden door de bokken, laten ze hun kitsen achter in de dekking. Als je weet wanneer er gemaaid word in je reeën gebied, kan een rondje met de staande hond natuurlijk geen kwaad. De bronst gaat samen met nogal wat geloop en heen weer rennen. Een aantal extra vluchtwegen aanleggen of openingen maken door braamstruiken kan natuurlijk nooit kwaad.

Veldwerk
Om valwild te vermijden maaien we trechtervormige inhammen in de bermen langs de wegen. Dit laat toe kleiner wild lopend de weg te ontvluchten. Indien aanwezig de Ree speigels nakijken.

Uitrusting
Tijdende komende vakantiedagen kunnen we wat groter veldwerk aanvatten: Nakijken en herstellen van brugjes over enkele beken, overstaptrapjes over prikkeldraad, en eventueel de hoogzitten onder handen nemen. Boven voederbakken of drinkbakken plaatsen we spiegels om de predatoren af te schrikken.

Predatoren
Gezien het aanpassingsbesluit, dat sinds een paar weken ook in werking is getreden, kunnen we nu “enigszins” optreden tegen één van onze ergste predators, de Vos. Want het zogen is nu gedaan en de moervos is nu op stap om de jonge welpen te leren jagen.

 

Augustus

In Augustus moet het warm en droog zijn. Té is in beide gevallen niet goed. Goed weer met wat neerslag is goed voor Jachtheer en boer.

Kleinwild

Alhoewel er voldoende voedsel (granen, bessen, dierlijk voedsel) aanwezig is, kan bijvoederen zeker helpen. Al is het maar om het kleinwild in het eigen revier te houden. Maar vooral ook zorgen voor drinkwater. Dit voor het vederwild, maar ook voor de Hazen. De Hazen hebben nu normaal hun laatste worp. Voor de tweejarige moeren is dit mogelijks hun vierde en grootste worp.

Grofwild
Met de aanvang van augustus zitten we bij het Ree volop in de bronst. Wacht een warme, snikhete dag af, en ga het revier in om fiepende geiten en drijvende bokken te zien. Terwijl de geiten gecharmeerd worden door de bokken, laten ze hun kitsen achter in de dekking. Als je weet wanneer er gemaaid word in je reeën gebied, kan een rondje met de staande hond natuurlijk geen kwaad. De bronst gaat samen met nogal wat geloop en heen weer rennen. Een aantal extra vluchtwegen aanleggen of openingen maken door braamstruiken kan natuurlijk nooit kwaad. Eind augustus, na de bronst, is iedereen in Reeënland uitgeput, het werk is gedaan. En dus beginnen ook de territoriumgrenzen te vervagen. Hierdoor zien we nu Reeën opduiken op minder gekende plaatsen.

Kijk ook nog eens naar de video (zie maand Mei) met meer tips & tricks om maaislachtoffers te voorkomen.

Veldwerk
We blijven de paadjes en wegen kort. Om te voederen, maar ook om de juveniele dieren een droogplaats te geven na een regenbui. Een kleine moeite, maar zo nuttig voor het opgroeiend wild. Deze plaatsen en de omliggende dekking groepeert dan wel het kleinwild maar trekt ook de predators aan. Spiegelbollen en spiegels op de voederbakken helpt hier. Door het spiegeleffect denken de roofvogels dat het territorium reeds ingenomen is en vliegen af.

Uitrusting
Tijdende komende vakantiedagen kunnen we wat groter veldwerk aanvatten: Nakijken en herstellen van brugjes over enkele beken, overstaptrapjes over prikkeldraad, en eventueel de hoogzitten onder handen nemen. Boven voederbakken of drinkbakken plaatsen we spiegels om de predatoren af te schrikken.
Eventueel bij de landbouwers langsgaan om hen het nut van wildredders uit te leggen en, cfr hierboven, een wildvriendelijke maaitechniek te tonen.

Predatoren
Gezien het aanpassingsbesluit, dat sinds een paar weken ook in werking is getreden, kunnen we nu “enigszins” optreden tegen één van onze ergste predators, de Vos. Want het zogen is nu gedaan en de moervos is nu op stap om de jonge welpen te leren jagen.
Hierbij de versie van Arnold Van der Wal, wijlen hoofdredacteur van de Nederlandse Jager: Ik ben er meer en meer van overtuigd dat onze inspanningen om Vossen kort te houden geen enkele invloed hebben op de populatie ! Het Jagen op een verstandige manier doet aan de populatie van geen enkele diersoort schade, dus … laat ons rustig verder jagen !

September

September is de laatste rechte lijn naar de “Oogst” in ons jachtrevier. Zaak is om het wild dat nu reeds zo lang het slechte weer  en andere gevaren doorstaan heeft nog even te beschermen. In september vooral dan voor stroperij en verkeersaanrijdingen.

Kleinwild

Alhoewel er voldoende voedsel (granen, bessen, dierlijk voedsel) aanwezig is, kan bijvoederen zeker helpen. Al is het maar om het kleinwild in het eigen revier te houden. Voor de fazanten voederen we vooral rondom de bosranden om ze uit de kale velden langzamerhand naar veiliger oorden te lokken.

Grofwild
Eind augustus, na de bronst, is iedereen in Reeënland uitgeput, het werk is gedaan. En dus beginnen ook de territoriumgrenzen te vervagen, maar laat de reeën toe om op grotere gebieden te laveiën. Hierdoor zien we nu Reeën opduiken op minder gekende plaatsen. Dit maakt het iets moeilijker voor de tellingen.

Veldwerk
We blijven de paadjes en wegen kort maaien. Vooral ook trechtervormige vluchtwegen van de weg terug in het revier. Fazanten vertoeven graag op de weg, omdat het daar droog is, maar vooral voor de kleine steentjes die ze nodig hebben om in hun maag het voedsel te verteren.
Blijvende aandacht ook voor de oogstwerkzaamheden, de late tarwe en straks de maïs. Hierbij nog eens de 5 hulpmiddelen:

  • Daags voordien verontrusten van het te maaien perceel;
  • Eventueel stokken zetten met flikkerlichten (werkkampen) of plastic zakken los in de wind;
  • De maaier attent maken op het wildbestand;
  • Gebruik maken van een wildredder;
  • Van binnen naar buiten maaien;

Uitrusting
Tijdens deze laatste dagen voor de start van de jacht kunnen we het groter veldwerk finaliseren: nakijken en herstellen van brugjes over enkele beken, overstaptrapjes over prikkeldraad, en eventueel de hoogzitten onder handen nemen. De eerste Mast (eikels, beukennootjes) vallen in september. Eventueel met enkele collega jagers of de jeugdbeweging (tegen kleine betaling) de oogst oprapen en bewaren voor de strengere wintermaanden.

Predatoren
In september gaan we denkelijk starten met het geweer op jacht. Vergeet zeker niet de nodige aanvragen in te dienen om tijdens de jachtdagen de predatoren die voor de lopen komen “wettelijk” te kunnen bestrijden.

Oktober

De Herfst is des Jagers Lente. Oktober start de zogenaamde grote Jacht met de opening van Haas en Fazant.

Kleinwild

Alhoewel er voldoende voedsel (granen, bessen, dierlijk voedsel) aanwezig is, kan bijvoederen zeker helpen. Al is het maar om het kleinwild in het eigen revier te houden. Voor de fazanten voederen we vooral rondom de bosranden om ze uit de kale velden langzamerhand naar veiliger oorden te lokken. Belangrijk nu, is de stroperij aan banden te leggen. Nachtelijke tochten zijn dan een noodzaak.
Tenzij verlenging, is de Patrijzenjacht gedaan en moet nu gezorgd worden voor het overwinteren van de overblijvende broedkoppels. Voederplaatsen dus blijven bevoorraden.
Suggestie hier is ook om regelmatig de voederbakken te  verplaatsen. Nogal wat ziektes en ongedierte blijft aanwezig rond een voederplaats en door het verplaatsen komen de vogels terug terecht in een “propere” omgeving.

Grofwild
Wat je met maïs doet voor het kleinwild, kan je ook doen met eikels voor het Grofwild. Organiseer, eventueel samen met de jeugdbeweging, een eikelverzameldag. Een goed mastjaar met veel eikels is van goudwaarde voor het Reewild in de winter. Eikels zorgen met het Looizuur en de Tanine erin dat de Reeën zich van wormen en andere parasieten kunnen ontdoen. Tevens zorgen de eikels voor een vitaminerijk voedsel met veel zetmeel en eiwitten.
En voedsel is belangrijk, temeer de Reeën met hun haarwissel in dit seizoen wat extra krachtvoer goed kunnen gebruiken. Jonge aanplant, met wat brem erbij, is hier optimaal.

Veldwerk
In elk jachtveld hoort minimaal één droogkamer voor maïskolven aanwezig te zijn. Hier wordt de wintervoorraad bijgehoudenen gedroogd. Aan de kolven hebben fazanten wat werk om de korrels los te pikken, en zo verhinderen we dat ze er te snel met volle buik vandoor trekken.

Uitrusting
Tijdens de jachtdagen bemerken we de problemen in het revier en dienen brugjes over enkele beken, overstaptrapjes over prikkeldraad, en eventueel de hoogzitten onder handen genomen te worden.

Predatoren
Vergeet zeker niet de nodige aanvragen in te dienen om tijdens de jachtdagen de predatoren die voor de lopen komen “wettelijk” te kunnen bestrijden. Kraaien en eksters doen nu minder kwaad gezien het broeden achter de rug is. Maar ze verleggen nu hun werkterrein dichter bij de boerderijen waar ze soms ware aanvallen organiseren op het ingekuilde veevoeder. Help de landbouwer door bestrijding van de rechtbekken. Het ene plezier is het andere waard.

November

Kleinwild
Bijvoedereen, bijvoederen, elke maand hetzelfde. Evenwel niet te eenzijdig: allerlei soorten granen, en als het kan ook dierlijke eiwitten.
De zandbaden blijven hier belangrijk, vooral voor vederwild, om aan de parasieten te ontsnappen. Zandbaden onderhouden en los maken.

Grofwild
Na het Edelhert, de vorige maanden, is de bronst nu aangebroken bij de Dammen.
En, alhoewel het koud is, zijn modderbaden nog steeds nodig voor de bosdieren met beharing. Dit laat hen toe om teken, luizen en ander ongedierte vast te zetten in de modder en deze er dan af te schuren tegeneen boom.

Veldwerk
Het kan gebeuren dat bij vroege vorst de vijvers reeds toevriezen. Dit laat toe om via het ijs de vijver over te steken en anders moeilijke karweien uit te voeren. Zoals eilandjes proper maken, eendekorven te plaatsen of te inspecteren, riet dat langs de kanten groeit te maaien. Of een baal stro wat verder op het ijs plaatsen. Na de dooi zakt deze tot de bodem en zorgt daar in het voorjaar voor eiwitrijk voedsel voor eenden en kuikens.

Uitrusting
Als je zowel veel aanvoer hebt van voedsel en er ook nog de tijd kan voor maken, is inkuilen een uitstekende actie. Inkuilen kan van eikels, bieten, aardappelen, appels. Evenwel enkel zuiver en van de beste kwaliteit om melkzuur te voorkomen. Putje graven, houten vloer en wanden, plastic overal, afdekken met aarde, voeder in de put, en dan luchtdicht en stevig afdekken.

Predatoren
Vanaf deze maand ook de “menselijke predatoren ofte de stropers in de gaten houden. Fazanten vliegen net voor het slapen met veel gekraai in de bomen. En, op een maanlichte nacht is het gemakkelijk ze hier uit te schieten. En ook de vette hazen zijn bij het “lichten” goed te vinden. Dag en nacht waakzaam zijn is de boodschap.