browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Schriftelijk bewijs Jachtrechten

Het schriftelijk bewijs van het jachtrecht: een heet hangijzer dat sinds de invoering van het Jachtdecreet van 1991 niet afgekoeld geraakt

De huidige situatie

De door het Jachtdecreet van 1991 oorspronkelijk ingevoerde artikel met betrekking tot bewijs van het jachtrecht luidde als volgt:

“Het is verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende, op straffe van een geldboete van vijftig frank, onverminderd schadevergoeding indien daartoe reden bestaat. In geval van betwisting inzake het jachtrecht op hetzelfde perceel heeft hij die een schriftelijk akkoord van de eigenaar kan voorleggen het jachtrecht.

Bij de bespreking van het decreet van 3 juli 2015 tot wijziging van het Jachtdecreet werd de problematiek van het een schriftelijk bewijs terug uitvoering en vinnig besproken in de Commissie Leefmilieu. Een kort overzicht van de meest recente bespreking:

  •  Arrondissementscommissaris
    De huidige werkwijze enorm arbeidsintensief is. Er wordt dan ook gepleit voor een model van schriftelijk bewijs;
  • Vogelbescherming Vlaanderen
    Schriftelijke bewijsvoering wegens problememen met inkleuring op jachtplannen van eigendommen zonder toestemming;
  • Natuurpunt
    ondersteunt het voorstel zoals dat voorlag en ook ingevoerd is dat bij de wijziging van jachtplannen een schriftelijk bewijs nodig is;
  • HVV
    daarentegen is sterke voorstander voor het behouden van de huidige stand van zaken en enkel schriftelijke bewijsvoering te eisen als het gaat om betwisting. Een schriftelijk bewijs van elk jachtrecht brengt geen meerwaarde, gezien het voornamelijk in geval van betwistingen doorslaggevend moet zijn. Daarnaast benadrukt HVV de administratieve last die met schriftelijke bewijsvoering zou worden opgelegd.
  • Landelijk Vlaanderen
    haalt terecht aan dat schriftelijke overeenkomsten een ernstige verzwaring is dit zijn doel voorbijschiet;
  • Boerenbond en Algemeen Boerensyndicaat
    ziet een algemene verplichting tot schriftelijke bewijsvoering als totaal uit den boze. Geen onnodige beperkingen opgelegd worden voor de jacht, gezien immers zware schade als er niet aan duurzaam wildbeheer kan worden gedaan.

 

Uit de bespreking in de Commissie Leefmilieu zijn natuurlijk ook de politieke standpunten af te leiden. Daarbij is het duidelijk dat het politiek speelveld al even verdeeld is als het middenveld zelf. Daarbij worden grotendeels dezelfde argumenten aangehaald als reeds hierboven aangestipt. Uiteindelijk werd door de wijziging van het decreet dan toch een bijkomende mogelijkheid ingevoegd tot het opleggen van verplichting inzake schriftelijke bewijsvoering:

Art. 7
Het is verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende. In geval van betwisting inzake het jachtrecht op hetzelfde perceel heeft hij die een schriftelijk bewijs van het jachtrecht kan voorleggen, het jachtrecht.

De Vlaamse Regering bepaalt de vorm, het tijdstip en de wijze waarop de plannen worden neergelegd bij de in het tweede lid aangewezen ambtenaar, en de extra informatie die moet worden verstrekt.

De Vlaamse Regering kan in bepaalde omstandigheden eisen dat een schriftelijk bewijs van het jachtrecht wordt voorgelegd bij het neerleggen of het aanpassen van het plan.”

 

Dit was nodig gezien er tegen de bepalingen inzake schriftelijke bewijzen die opgenomen werden in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 een procedure liep ingesteld door HVV op grond van het feit dat voor dergelijke bepaling geen decretale rechtsgrond voorzien was. De bepalingen werden dan ook door de Raad van State vernietigd dit jaar in september. De bestreden bepalingen luidden als volgt:

Art. 30, laatste lid
Artikel 31, §6

Deze bepalingen zijn dus sinds de publicatie van het arrest op 10 september 2015 uit onze rechtsorde verdwenen. Het ziet er echter naar uit dat dit slechts van tijdelijke aard zal zijn en dat de bepalingen gauw weer ingevoerd zullen worden nu er weldegelijk een decretale rechtsgrond voorzien is door de wijziging van het decreet van 3 juli 2015. Dit wordt mede bevestigd door een antwoord van minister Joke Schauvliege recent gegeven in de Commissie Leefmilieu (voor een volledig verslag zie: https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1013914/verslag/1014444

Het ziet er dan ook naar uit dat het voorleggen van een schriftelijk bewijs van jachtrecht op langere termijn door deze bepaling de norm kan worden. Wijzigingen of aanpassingen zullen immers tot gevolg hebben dat men genoodzaakt is om die schriftelijk te bewijzen. 

Wat met de jagerij zelf?

Er zijn een aantal onmiskenbare voordelen verbonden aan schriftelijke overeenkomsten, zoals rechtszekerheid voor alle betrokken partijen, bewijskracht tegenover derden, de publieke perceptie meehebben gezien er transparantie kan zijn als de overeenkomsten bij de arrondissementscommissaris raadpleegbaar zijn en specifiek voor de democratisering van de jacht is er het feit dat schriftelijke overeenkomsten ook niet van rechtswege eeuwigdurend kunnen zijn. Dit houdt in dat jachtrechten niet zomaar overgaan van vader op zoon bij overlijden zoals bij de mondelinge overeenkomsten wel vaker het geval kan zijn als het over oude jachtrechten gaat (hoewel dit wel beperkt gecontracteerd kan worden).

Daarnaast zijn er een aantal onmiskenbare nadelen zoals de administratieve last die gelet op de oppervlaktevereisten voor jachtplannen een heus struikelblok kan worden (denk maar aan WBE’s die 1000 hectare vereisen), de weigering van eigenaars om schriftelijk te contracteren uit schrik voor publieke opinie en demonisering,… Vooral dit laatste kan verwacht worden als een ernstig probleem gezien het imagoprobleem waarmee de jacht nu ook reeds te kampen heeft. Dat de regelgeving die de jacht beheerst mee besproken/gestemd moeten worden door openlijk anti-jacht politici speelt hier extra mee. Onder het mom van juridische bezorgdheid en transparantie wordt maar al te makkelijk de jacht verder aan banden gelegd. Een goed voorbeeld hiervan is de stellingname door het commissielid van Groen Hermes Sanctorum die enerzijds tijdens de hoorzitting met alle belangengroepen zijn bezorgdheid uit die voornamelijk lijkt voort te komen uit transparantie, aandacht voor duurzame jacht met wetenschappelijke onderbouwing,… terwijl hij zich in één adem duidelijk uitspreekt tegen de jacht tout court:

“Hermes Sanctorum-Vandevoorde gruwt inderdaad van de jacht en kan niet begrijpen dat mensen plezier hebben in het afschieten van dieren.” (uit het verslag namens de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening, Energie en Dierenwelzijn, stuk 344 (2014-2015) nr. 6) 

Hoewel er voor de jagerij onmiskenbaar voordelen bestaan in het voorzien van schriftelijke overeenkomsten moet hier toch omzichtig mee omgesprongen worden gezien de tegenstanders van jacht dit vooral willen aangrijpen om jacht tegen te gaan. Het is nog maar de vraag hoe de delegatie voorzien in het nieuwe jachtdecreet concreet ingevuld zal worden. De belangengroepen die jacht hoog in het vaandel dragen zullen niet mogen nalaten dit nauwgezet op te volgen.

 

Een omstandig document rond deze complexe materie - Het schriftelijk bewijs van het jachtrecht

- Tom Goetmaeckers – Hunting Jurist