browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Jachtbreuken

Sinds mensenheugenis hebben de breuken een belangrijke rol gespeeld in het leven van de jagers. De kennis en het gebruik van deze tekens gaf aan de vindingrijke jagers de gelegenheid elkaar te begrijpen en onderling in verbinding te staan zonder dat niet-ingewijden het bemerkten. Het was ook een symbool van de wettelijke en correcte jacht.

Wat verstaat men onder “breuk”?
Het is een gebroken groene twijg of takje, dat de jager toelaat de weg of de vluchtweg van het wild aan te duiden of om zijn jagershoed te versieren. De twijg van eik, els, Douglas en spar zijn geëigend om als jagersbreuk te kunnen dienen.

Er zijn twee grote types

  • Communicatiebreuken
  • Jachtbreuken

A. Communicatiebreuken

Deze breuken werden in andere tijden gebruikt waar communicatie en verplaatsingen echte problemen stelden; ze hebben nu de neiging in de vergeethoek te belanden. Ze werden gebruikt voor het aangeven van de oriëntatie, plaatsbepalingen, gekwetste dieren of vlucht van het wild, in te nemen post, wachttijden of verwittigingen. Deze tekens hebben hun efficiëntie verloren als gevolg van onze huidige communicatie en verplaatsingsmogelijkheden.

Hoofdbreuk

a.- Hoofdbreuk

Een tak met de lengte van een arm, de schors word met het jachtmes van de hoofdstengel verwijderd, dit om te vermijden dat er verwarring zou ontstaan met een afgevallen tak. Ze word opgehangen aan een boom, afsluiting of iets dergelijks of zelfs eenvoudigweg op de grond gelegd. Het betekende “opgelet”: in deze omgeving is er iets op te merken, vanaf hier moet de jager op verdere tekens letten.

Leidbreuk

b.- Leidbreuk

Deze tak heeft de lengte van een voorarm (de helft korter als een Hoofdbreuk), en is eveneens ontschorst, de groeikant duidt een te volgen richting aan, hetzij in de richting van een gedood wild hetzij naar de plaats van de vlucht.

 

 

 

 

Vluchtbreuk

c.- Vluchtbreuk – Aanschotbreuk

Deze tak met een lengte van een voorarm wordt verticaal in de grond geplant met het gebroken deel. Ze duidt de plaats aan waar het wild getroffen (aangeschoten) werd, en niet meer kan achtervolgd worden bijv. op het einde van de jachtdag of bij valavond met het risico de plaats van de vlucht ‘s anderendaags niet meer terug te vinden.

 

Spoorbreuk

d.- Spoorbreuk

Standplaatsbreuk

Wanneer de vluchtsporen duidelijk zichtbaar zijn op de plaats van de vluchtbreuk legt men een identieke breuk als de vorige doch niet ontschorst: met het gebroken einde, puntig gemaakt, om te kennen te geven dat het gaat om een hert, een reebok, een everzwijn of een damhert. Die spoorbreuk zal in de richting van de vlucht gericht zijn. in het geval van een vrouwelijk wild zal de spoorbreuk met de groeikant in de richting van de vlucht gelegd worden.

e.- Standplaatsbreuk

Geeft de standplaats van elke Jager aan bij een (grote) drukjacht. Is samengesteld uit een breuk van een arm lengte, in de grond geprikt, het onderste deel volledig gesnoeid, alleen de punt behoudt groen en uit een ontschorste hoofdbreuk van een armlengte op de grond gelegd met de punt van de groeikant in de richting van de te volgen weg op het einde van de jacht.

 

f.- Wachtbreuk

Samengesteld uit twee breuken van een arm lengte, niet ontschorst, liggen zij op de grond in kruisvorm. Indien de wachttijd wordt opgegeven wordt deze breuk gesnoeid met uitzondering van de punt en gekruist teruggelegd.

Wachtbreuk

Wacht opgave breuk

Waarschuwingsbreuk

g.- Waarschuwingsbreuk

Destijds verwierf deze breuk een grote waarde omdat ze gevaar betekende. Samengesteld uit een breuk, die volledig ontschorst en gesnoeid is buiten het puntje dat groen blijft, cirkelvormig geplooid en zeer zichtbaar opgehangen.

 

 

 

B. Jachtbreuken

We onderscheiden de volgende breuken, die tegenwoordig nog bestaan en zelfs meer en meer in eer hersteld worden.

In bezitname breuk

a.- In bezitnamebreuk

Deze breuk heeft een lengte van een grote hand. Ze geeft een signaal aan de voorbijgaande jagers om mee te delen dat er een jager een stuk wild in zijn bezit heeft genomen. Eventueel doet hij dit zelf in de plaats van de jachtrechthouder.

Dat is de praktische betekenis, maar ze heeft ook een symbolische betekenis: namelijk een gebaar van eer en eerbied van de jager ten overstaan van het geschoten wild en zijn laatste versiering. Traditiegetrouw wordt een geschoten stuk wild altijd op de rechterflank gelegd de kant van het hart naar boven gekeerd. De jager plaatst de breuk op de linker kant van het lichaam, na een laatste eregroet aan het wild, (hij neemt een ogenblik de hoed af voor een minuut stilte)

De breuk wordt als volgt geplaatst:

  • Mannelijk wild, hert, damhert, reebok, everzwijn: het gebroken uiteinde gericht naar de kop;
  • Vrouwelijk wild, hinde, damhinde, reegeit of zeug: het gebroken uiteinde gericht naar achteren;
  • De predatoren zoals vos, wolf, lynx, en anderen worden op de linker zijde gelegd en krijgen geen breuk.

Laatste beet breuk

b.- Laatste beet

Het mannelijk wild krijgt nog een breuk ” laatste beet ” genoemd. Deze, van oudsher toegepaste breuk van een handlengte, wordt tussen de tanden geplaatst en had een symbolische betekenis namelijk “de verzoening met het gestrekte wild”.

 

 

Schuttersbreuk

c.- Schuttersbreuk

Deze breuk van een handlengte met zweet (bloed) van het geschoten wild bevochtigd werd oorspronkelijk overhandigd aan de jager van een groot hert of een groot everzwijn. Hij droeg ze aan de rechter zijde van de hoed. Tegenwoordig wordt deze breuk aan elke jager van een hert, damhert, reebok of everzwijn overhandigd. Slechts één schuttersbreuk wordt aan de jager overhandigd zelfs indien hij verschillende stuks heeft gestrekt.

De gelukkige jager met de hoed in de hand ontvangt de breuk, aangereikt op het naakte lemmet van het jagersmes. Bij gebrek hiervan, wordt de breuk op de hoed van de jager gelegd. De jager plaatst onmiddellijk de breuk aan de rechter zijde van zijn hoed. Bij die gelegenheid wenst de jachtheer een “Weidmansheil” waarop de jager antwoord met een “Weidmansdank” en een handdruk.

Nazoek breuk

d.- Nazoek breuk

Indien het wild opgespoord werd door een zweethond, overhandigt de jager een deel van de breuk aan de begeleider van de hond. Door dit gebaar toont de jager het belang aan van de tussenkomst van de hond. De begeleider plaatst dit deel van de breuk eveneens aan de rechter zijde van zijn hoed. Hij bevestigt, na de succesrijke zoektocht, een kleine breuk aan de halsband van de hond. Dit is wel de overleving van een zeer oude gewoonte. Deze overhandiging van de breuk gebeurt in de jacht zelf als er geen voorstelling van het jachttableau op het einde van de dag voorzien is.

 

Jagersbreuk

e.- Jagersbreuk

In sommige streken wordt de traditie verder gezet: een kleine breuk wordt vastgemaakt aan het linkse knoopsgat van de vest, om deel te nemen aan de schoteldrift. De traditie wil dat in Bayeren maar vooral in Oostenrijk de jager een kleine breuk op de hoed draagt alleen maar om aan te geven dat hij deel uitmaakt van de jachtwereld. Deze kleine breuk geplaatst aan de linker kant van de hoed wordt “feestbreuk” genaamd of “beroepsbreuk” en wordt gedragen ter gelegenheid van jachtmanifestaties maar eveneens ter gelegenheid van de uitvaart van een vriend jager.

De naleving en het doorgeven van deze oude tradities maakt een wezenlijk deel uit van onze jachbeleving, is specifiek voor een weidelijk jager en maakt onze sport-hobby-passie zo mooie en rijk.

Bron: Van de Hereheide en Berufsjäger Bayern.