browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Jachttrofeeën

Een trofee kamer

Bij een succesvolle jacht is het leuk om de jachttrofee te behouden en eventueel op te hangen of uit te stallen thuis in zijn trofeeënkamer.

Hieronder een beschrijving van het gebruik van de jachtherinneringen in de Jacht en onderaan de berekeningsmethode

Jachtherinneringen

We onderscheiden hier volgende jachtherinneringen:

Gewei

Het gewei is de trofee bij Rood en Dam- en Reewild.

Zoals we weten is het gewei het product van het skelet,wordt elk jaar afgeworpen en  groeit elk jaar weer aan. Het gewei bestaat uit vertakkingen, elk (bijna) met een aparte naam, zie Edelhert. De grootte van het gewei, het aantal enden, geeft niet de minste aanduiding over de leeftijd, maar is eerder afhankelijk van de gezondheidstoestand en de leefomgeving van het dier.

Bijgaande de CIC berekening van de trofee van Edelhert en Ree.

Wapens

De hoektanden (boven en onder) van de keiler. Deze blijven groeien en dus is de lengte wel een indicatie van leeftijd.

Bijgaande de CIC berekening van de trofee van Sus Scrofa.

Slakken

De Slakken of hoorns zijn de jachtherrinering bij de Moeflon. Horens zijn blijvende huidaanhangsels die permanent doorgroeien rond een beenachtige spil aan de schedel. Het grootste deel van een horen is dus hol en bestaat uit keratine. Bij de moeflonram groeien de horens of slakken boogvormig. Vooral de eerste drie levensjaren is die groei opvallend. Daarna gaat het wat trager tot de slakken op ongeveer zevenjarige leeftijd een +/- negentig centimeter lange gesloten cirkel lijken te vormen. Omdat de hoorgroei stilvalt gedurende de winterperiode ontstaat er een soort jaarringen die nauwkeurig de leeftijd aanduiden.

Bijgaande de CIC berekening van de trofee van de Moeflon ram.

Krulveren

Bij de eend zijn de krulveren van de Woerd de jachtrofee.

Houtsnip trofee

Penseel en Borsteltje

Bij een houtsnip hebben we twee trofeeën.

De snippenbaard zit boven op de rug ter hoogte van de staartinplant. Het schildersveertje zit aan de “elleboog” van de vleugels. Gezien de fijnheid van dit veerje wordt dit in schilderkunst gebruikt (Fr-La plume du pientre, D-Malerfederchen).

Jagersbreuk

Deze veertjes en ook de Krulveren worden soms als Jachtbreuk aan de linker kant van de hoed gedragen. Deze Jagersbreuk wordt “feestbreuk” genaamd of “beroepsbreuk” en wordt gedragen ter gelegenheid van jachtmanifestaties maar eveneens ter gelegenheid van de uitvaart van een vriend jager.

Andere trofeeën

Verder zijn er nog een aantal, minder gebruikte, herrineringen, zoals: Grandels van Edelhert, soms van het Reewild, de Haken bij de Zeug (Sus Scrofa), de vacht van de Ever.

Trofee - Chasse a Courre

Verder is er nog een speciale jachttrofee bij de Chasse a Courre, de Lange Jachttrofee zijnde de over de voorloper van het Hert of Ree gevlochten vacht.

 

 

 

 

 

 

 

Trofee Berekeningen

Om de grootte en de belangrijkheid van een trofee te kunnen vergelijken werd door de uniforme berekeningsmethode uitgedokterd.

Reeds eind 19e eeuw was er met het boek “Records of Big Game” een eerste aanzet om de waarde van trofeeën te bepalen. Vooral op basis van de mathematische formules van de  ”Boone and Crocket Club” uit Noord America werd gedurende verschillende conventies verder gewerkt met de “Madrid Formula” als resultaat. Het duurde echter tot eind 1977 tot er een finale methode qua berekening ontwikkeld werd.
Het CIC (International Council for Game and Wildlife Conservation – Conseil International de la Chasse et de la Conservation du Gibier), is het internationale orgaan dat de gelijke berekening wereldwijd controleert.

De berekening baseert zich op een aantal indicaties zoals

  • Metingen: Metingen: Dit zijn vooral de meetbare (kwantiatieve) elementen zoals: totale lengte van het gewei, oogend en wolfend (Edelhert), omtrek van der rozen, gewicht van het gewei (berekend door onderdompeling in water), aantal enden;
  • Kwaliteit: De kwaliteit van een trofee wordt nagekeken qua: kleur (donkerder is beter), parels, vorm van de enden;
  • Min-punten: Eventuele minpunten spelen ook een rol: onregelmatigheid van het gewei (oneven endes), ongelijke vorm van de enden, …;

hierbij de CIC berekeningsmethode van de meest voorkomende soorten:

Verder is er ook nog een medaille systeem voor de verschillende trofeeën:

Game/medal

bronze

silver

gold

Red deer

170

190

210

Wild boar

110

115

120

Roe deer

105

115

130

Fallow deer

160

170

180

Mouflon

185

195

205