browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Regulering van Verwilderde Duiven

Elk jaar vraagt de Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond zijn leden om alle reisduiven in Vlaanderen en Wallonië op te hokken rond eind december. Tijdens deze periode roepen zij de jager en jachtwachter op om verwilderde duiven te reguleren.

Reisduiven of huisduiven die verwilderen en niet echt meer hokvast zijn overleven gemakkelijk in de vrije natuur of in de stad. Hier zijn ze echter ook niet op hun plaats, zeker niet in de grote getallen zoals we ze kennen. Tevens worden ze als storende factor gezien door de duivenmelkers. Vanuit jachtopzicht zijn dit exoten wegens geen echte inheemse soort. Het betreft hier dus Regulatie en niet Jacht of Bestrijding. Afschot met het geweer, kan door iedereen met een toegelaten wapen en met een vergunning dit te gebruiken. Elke Jager, gezien zijn Jachtverlof, kan dus Reguleren.

Echter de geschoten duiven zijn geen jachtwild en mogen dus niet geconsumeerd worden. Wettelijk mag enkel vernietiging.

KBDB

Hieronder de volledige wettelijke context, zoals bij elkaar gezocht door onze Huis en Hunting raadsman “Tom”. En ijverig zoals hij is geeft hij hier niet enkel het antwoord voor de vraag rond het schieten maar ook rond de consumptie of verwerking.

En voor de volledigheid werd door een Commissaris van de Politie nog een aanvulling rond Faunabeheer toegevoegd.

Afschot

Er zijn wel enkele zaken te vermelden over het afschot van niet beschermde- of niet jachtwildsoorten.

Verwilderde stads/reis duiven zijn geen beschermde soort (niet opgenomen in het Soortenbesluit van 15 mei 2009) of jachtwildsoorten (niet opgenomen in het Jachtdecreet van 24/07/1991). Ze zijn bijgevolg vogelvrij, indien ze geen eigenaar (meer) hebben. De vraag exoot of niet doet er in feite niet toe. De wetgeving biedt bijvoorbeeld bescherming aan de Canadese gans, die een exoot is, door ze als jachtwild te beschouwen. Het doden van deze ganzen is gebonden aan regelgeving, die andere vormen van ‘verdelging’ (vb. vergiftigd graan,…) niet toestaat, dit in tegenstelling tot de nijlgans waar geen enkele bescherming van toepassing is.

Iedereen mag verwilderde duiven doden, mits toestemming van de grondeigenaar (algemeen principe om op andermans grond iets te mogen doen). Deze duiven mogen met vallen, gif, vuurwapens of andere methoden worden gedood. Er zijn geen beperkingen hierop. Deze situatie is vergelijkbaar met die van bruine ratten, muskusratten, enz.

Een belangrijke randvoorwaarde om verwilderde duiven te schieten is dat de wapenwetgeving verplicht dat men een wettige reden heeft vooraleer men vuurwapens mag gebruiken. Jacht is een wettige reden om gewapend in een jachtrevier aanwezig te zijn of ook buiten jachtrevieren, bijvoorbeeld voor de bestrijding van kraaiachtigen. Een wettige reden is noodzakelijk om vuurwapens te gebruiken in een tuin. Het voornemen om verwilderde duiven te doden is geen wettige reden aangezien er geen wetgeving van toepassing is op verwilderde duiven.

Om wel verwilderde duiven te schieten in tuinen, moet de tuin deel uitmaken van een jachtrevier. Als de tuin aansluit op een jachtrevier en is ingetekend in het jachtplan en de eigenaar van de tuin het jachtrecht afstaat aan de naburige jachtrechthouder (of zelf de naburige jachtrevierhouder is), kunnen er tijdens de open jachtperiode verwilderde duiven worden geschoten in deze tuin. De open jachtperiode is de periode tussen de eerste datum van de opening van de jacht (15/08 voor de ganzen) tot de sluiting van de jacht (28/29 februari – konijn en houtduif). Op dit moment heeft men als jager steeds een wettelijke reden om gewapend in het jachtrevier te zijn. Buiten deze periode, en ook in het geval de tuin geen deel uitmaakt van een jachtrevier, kunnen verwilderde duiven enkel worden geschoten via meldingen bestrijding van wild of beschermde soorten. De bestrijding van wild of beschermde soorten geeft dan een wettelijke reden om gewapend te zijn. Belangrijk is ook de bepaling van niet in de richting van huizen te schieten op minder dan 150m.

Consumeren of verwijderen

Het consumeren van verwilderde duiven (net als het doden, …) is niet geregeld in de wetgeving. De wetgeving op het vernietigen van dierlijk afval is mij niet zo goed bekend. Bij navraag bij OVAM, betreffende beschermde soorten (kraaien, enz.), bleek dat er geen wetgeving van toepassing was voor de vernietiging van kadavers van kraaien.

De Europese Verordening 1774/2002 (betreffende niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten) is niet van toepassing op hele kadavers of delen van wilde dieren waarvan niet wordt vermoed dat zij met op mens en dier overdraagbare ziektes zijn besmet, met uitzondering van voor commerciële doeleinden aangevoerde vis en kadavers of delen van wilde dieren die gebruikt worden voor de productie van jachttrofeeën.
Het Vlaams Besluit definiëert dierlijk afval als dierlijke bijproducten , zoals gedefinieerd in de Verordening 1774/2002, voor zover ze voldoen aan de definitie van afval uit het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, met uitzondering van keukenafval, etensresten, voormalige voedingsmiddelen, rauwe melk, eierschalen en bijproducten van gebarsten eieren, honing, schalen van schaaldieren, schelpen van schaaldieren, inhoud van maagdarmkanaal, in zoverre deze gescheiden is van het maagdarmkanaal, uitwerpselen, eicellen, embryo’s en sperma.

De dode vogels waarover u het hebt vallen dus niet onder de hiervoor genoemde regelgeving. De beste oplossing lijkt ons de vogels te begraven of achter te laten op een niet-milieuhinderlijke manier.
We beseffen dat dergelijke zaken niet zijn opgenomen in de nu geldende wetgeving. Momenteel wordt er echter gewerkt aan een herziening van het besluit dierlijk afval en de bedoeling is hierin ook regelgeving rond jachtpraktijken en natuurbeheer mee op te nemen.

Faunabeheer

Sommige gemeenten maken gebruik van een ‘faunabeheerder’. Op basis van openbare veiligheid en gezondheid kan de burgemeester ‘een’ jager die met alles in orde is opdracht geven de op het openbaar domein van de gemeente aanwezige verwilderde duiven te verdelgen. In dat geval verkrijgt die persoon het statuut van ‘faunabeheerder’ voor het grondgebied (moet een officiële beslissing zijn van het college). Dit is hetzelfde als dat van de ‘rattenpakkers’ van de gemeente/stad met dat verschil dat bij de faunabeheerder gebruik gemaakt wordt van en vuurwapen (duiven onder de bruggen en in verlaten gebouwen of voetbaltribunes, konijnen op voetbalveld, ontsnapt damhert in gemeentecentrum…). In dat geval staat de gemeente dan ook in voor de vernietiging van de kadavers zoals dit wordt gedaan voor aangetroffen kattenkregen e.d.m.

 

anb_logo_q_klein

ANB

Bovenstaande oorspronkelijke tekst (dd 3 januari 2013) werd afgetoetst met het Agentschap.

Evenwel in deze eerste tekst werden enkel de wettelijke bepalingen overgenomen. Ondertussen kregen we, terug van het ANB, een verdere interpretatie. Deze interpretatie toetst de eerdere tekst aan het voortschrijdend inzicht en een diepere analyse van de wetgeving, aangevuld met opmerkingen vanuit het veld om te komen tot een duidelijker interpretatie van de wetgeving.

 

Regulering – ANB Interpretatie

In essentie is het zo dat verwilderde reisduiven noch als jachtwild, noch als beschermde soort kunnen beschouwd worden. Het zijn verwilderde gedomesticeerde dieren (geen exoten) die net als exoten geen wettelijk statuut hebben. Daarom kunnen zij in beginsel op alle mogelijke wijzen gedood worden.

Hierbij moeten echter enkele kanttekeningen gemaakt worden. Het is niet omdat deze soorten niet gevat zijn onder het Jachtdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten of onder het Soortenbesluit, dat bepalingen uit deze wetgeving geen invloed hebben op de regulering van de verwilderde gedomesticeerde dieren en exoten.

Hierin zijn 3 luiken te onderscheiden:

1. Het terrein van de actie

Om een dergelijke actie van regulering uit te voeren bent u steeds gebonden aan de uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar van het betreffende perceel (algemeen principe als u iets wil doen op andermans eigendom). Voor terreinen waarop u het jachtrecht heeft, wordt dit doorgaans geacht inherent te zijn aan de overeenkomst (eventueel opgenomen in een schriftelijke overeenkomst). Met die assumptie werd in de Nota van ANB van 4 april 2012 de wetgeving zo geïnterpreteerd dat jagers en bijzondere veldwachters de regulering met het geweer kunnen uitvoeren op die terreinen waarvoor het jachtrecht hen is toevertrouwd. We zijn er ons van bewust dat dit de veiligheidsstelling is. Deze nota strekt zich dus niet uit over de andere terreinen. Daarop is het minder duidelijk en juridisch onzekerder. Daarom werden hierover in de nota geen uitspraken gedaan.

2. Het gebruik van het geweer

Art 12 van de Wapenwet bepaalt dat wie een jachtverlof of een aanstelling als bijzonder veldwachter kan voorleggen, een wettige reden heeft tot het voor voorhanden hebben van vuurwapens. Men spreekt over lange vuurwapens ontworpen voor de jacht, evenals de daarbij horende munitie. Om na te gaan welke wapens en munitie hiermee bedoeld worden moet de jachtwetgeving geraadpleegd worden.
Art 15 van de Wapenwet bepaalt dat de personen van art 12 ook het recht hebben tot het dragen en gebruiken van de wapens.
Er zijn geen verdere uitzonderingsgronden om die wapens te hebben én voor jacht en faunabeheersactiviteiten te gebruiken.
Wil men dus voor jacht en faunabeheersactiviteiten een wapen gebruiken, dan moet men aan deze voorwaarden (jachtverlof of een aanstelling als bijzonder veldwachter ) voldoen.
Dit werd ook in de Nota van ANB van 4 april 2012 zo geïnterpreteerd.

3. Het gebruik van andere middelen

Wat het gebruik van andere middelen dan wapens betreft, moeten we 2 aspecten in rekening brengen. Enerzijds de wetgeving op dierenwelzijn en anderzijds de bepalingen van verboden middelen in de soortenwetgeving.
De wetgeving betreffende dierenwelzijn (wet van 14/08/1986) stelt dat het doden van dieren moet gebeuren volgens de meest selectieve, de snelste en de voor het dier minst pijnlijke methode.
De wetgeving betreffende beschermde soorten is opgemaakt om alle beschermde soorten te vrijwaren. Betreffende middelen en methoden heeft ze de taak het gebruik van niet selectieve methoden uit te sluiten. Daarom moet rekening gehouden worden bijlage 2 van het soortenbesluit. In het bijzonder met luik C met de middelen waarvan ook het bezit verboden is, moet terdege rekening gehouden worden. Voor gebruik van deze middelen is een officiële afwijkingsvergunning vereist.
Voor gebruik van de middelen bepaald onder luik A en B is geen eenduidig antwoord te geven. De grenzen tussen het rechtmatig gebruik voor verwilderde gedomesticeerde dieren en het oneigenlijk gebruik voor beschermde soorten zijn immers zeer vaag. Met de huidige regelgeving of het ontbreken daarvan voor verwilderde gedomesticeerde dieren, lijkt het ons dat enkel een rechter kan oordelen over de eventuele situatie die zich heeft voorgedaan. Uitgaande van het voorzichtigheidsprincipe raden wij dus af deze middelen in te zetten.