browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.
U bent hier: Hunting.be > Wild & Honden > Honden > Staande Honden > Kleine Münsterlander – Heidewachtel

Kleine Münsterlander – Heidewachtel

Kleine Münsterlander - Heidewachtel (FCI 102)

Heidewachtel (camouflage versie)

Historiek:

In het begin van deze eeuw werd in Westfalen in Duitsland uit oude slagen van kleine langharige Staande Honden de Kleine Munsterlander of Heidewachtel gefokt. Hij is verwant aan de Franse Epagneuls en de Drentsche patrijshond. Het ras komt op talrijke schilderijen voor van oude Meesters. Edmund Loins, een Westfaalse jachtopziener, heeft het ras in de tweede helft van de vorige eeuw weer nieuw leven ingeblazen. Doel van de fok van dit ras was het komen tot een veelzijdige gebruikshond. De Heidewachtel werkt, in jagerstermen, zowel voor als na het schot. De hond zoekt het wild op door met opgeheven kop een veld af te zoeken tot hij verwaaiing krijgt, waarna hij tot voorstaan komt. Als de jager geschoten heeft, zoekt de hond het wild op en apporteert het keurig. De Heidewachtel is dus gefokt als allround jachthond, door kenners geliefd om zijn doorzettingsvermogen en intelligentie. Hij kan het in de praktijk met succes opnemen tegen andere jachthondenrassen zoals de Retriever en de Engelse staande jachthonden.

 

Uiterlijk:

  • Bouw: Middelgrote, elegante, edele maar toch krachtige hond.
  • Hoofd: edel, droog, licht gewelfd, niet te brede schedel, uitgesproken stop. De uitdrukking is kenmerkend voor het ras. Krachtige, lange en rechte voorsnuit.
  • Neus: donkerbruine neusspiegel, droge lippen.
  • Ogen: liefst donkerbruin.
  • Oren: breed, hoog aangezet en smal toelopend naar de punt, plat en hangend, behang.
  • Hals: gematigd lang en gespierd, met licht gewelfde nek.
  • Lichaam: gematigd lang, stevig en met sterke lendenpartij. Diepe en ruime borstkas zonder tonvormig te zijn. Licht opgetrokken buiklijn.
  • Ledematen: goede hoeking en rechte, veerkrachtige voorbenen, goed gehoekte achterbenen.
  • Voeten: rond, gesloten en gewelfd.
  • Staart: gematigd lang, met lange vlag. Wordt recht gedragen, maar met een derde van de achterkant licht omhoog gebogen.
  • Vacht: gematigd lang, zacht, weelderig, licht golvend en dicht aanliggend.
  • Kleur: bruin en wit, wit-bruin of schimmel. Tan-kleur op de voorsnuit en boven de ogen is toegestaan.
  • Schofthoogte: reu 50-56 cm, teef 48-54 cm.
  • Gewicht: ongeveer 20kg;

Heidewachtel (tong detail)

Heidewachtel (in rust, baasje ook)