browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.
U bent hier: Hunting.be > Wild & Honden > Kleinwild > Korhoen

Korhoen

Klasse : aves
Orde : galliformes
Familie : tetraonidae
Soort : lyrurus tetrix tetrix

Biotoop

Het korhoen leeft op de heide. J.A. Eygenraam, medewerker van het ITBON, bestudeerde vanaf 1948 het probleem van de opvallende achteruitgang van de populatie is dat jaar. Volgens Eygenraam was er vooral een achteruitgang omdat de heide anders gebruikt werd. De schapenteelt (afgrazing heide) liep terug en de heide werd ook niet meer gebrand. Daar er geen verjonging meer was, werd het voedselaanbod voor horhoenders schaarser.
Tevens stelde hij ook vast dat korhoenders voor het nachtelijk verblijf op de heide een luw hellend vlak, bijna zonder begroeiing, verkiezen. Daar korhoenders op ongeveer 80 centimeter van elkaar slapen, zijn er verschillende van die verblijfplaatsen nodig. Het feit dat ze grote hoeveelheden uitwerpselen produceren, 80 tot 100 per vogel, zijn zulke plaatsen maar beperkt houdbaar. Alleen al door hun slaapgewoonte hebben horhoenders dus behoefte aan veel ruimte.
Tijdens de dagrust liggen ze ook op die hellende plaatsen, maar dan liefst in wat hogere hei. Op zonnige dage zoeken zij hun rustplaatsen dan weer uit in e luwte van vliegdennen. Loofhoutsoorten komen niet in aanmerking.
Ook de baltsplaatsen kiezen ze op zeer korte heide omdat de hanen tijdens hun parades niet zouden gehinderd worden. Allicht ook omdat de hennen hen goed zouden zien en omdat ze zo ook een goed uitzicht hebben.
De struikheide speelt een belangrijke rol als dekking. Enkele bomen zijn onmisbaar daar ze overdag graag een hoge zit hebben.

Uiterlijke kenmerken

Van op een afstand lijkt de korhaan en zwartachtige, nogal plompe vogel. Dichterbij zien we een van d mooiste vogels van de heide. In de zon glanzen de staalblauwe rugveren en de helwitte bandjes over de gitzwarte vleugelboeg. de rozen boven de zwartbruine zachte ogen zijn karmijnrood. Tevens merken we de bruinzwarte bek op, de witte spiegel in de vleugel en het zwartgrijs behaarde loopbeen. Typisch is de liervormige staart.
De korhen is niet zo kleurrijk uitgedost. Ze heeft een warm roestbruin-grijs verenpak dat zwart gevlekt is. De bek is wat bruinachtiger en de rode rozen boven het oog zwellen niet. Het loopbeen en poten zijn dik witgrijs behaard.
De jongen lijken op fazantenkuikens. Opmerkelijk is de kastanjebruine vlek op het kopje, met vooraan een zwarte driehoekige stip. Hun donsveren zijn afwisselend lichtgeel tot donkerbruin gestreept en op de rugzijde wat zwart gespikkeld. De onderzijde is geelwit tot en met het loopbeen. Het jeugkleed van zowel de haantjes als hennetjes is eenvormig.
De korhaan is duidelijk groter dan de hen. Hij meet ongeveer 65 centimeter, de hen gemiddeld 50 centimeter? Het gewicht van de hanen schommelt tussen 1.100 en 1.500 gram, de hen neemt genoegen met 700 tot 1.100 gram.

Voortplanting

Zodra er einde januari, begin februari wat zon komt, horen we de vogels bolderen. Op de nog besneeuwde heide wagen de korhoenders ol een paar danspasjes. Dat vroege baltsen kan wat te maken hebben met de heerschappij, met de rangorde de hanen. Het is een waarschuwing voor de jonge hanen.
Vanaf maart wordt langduriger gebolderd en vroeger ’s ochtends. Eens half april, begin mei is de dansvloer minstens één uur voor zonsopgang door verschillende hanen bezet. Op de balts- of bolderplaats mag maar een minimum aan vegetatie aanwezig zijn. Al lopende en vliegend komen ze naar de baltsplaats, waar ze onmiddellijk met bolderen beginnen. Drie, vier, tot 10 en meer kunnen de tot 5 are grote baltsplaats bezetten. De oudere hanen in het midden de jonge aan de rand. Met opgeblazen hals, de vleugels de grond rakend en de lierstaart wijd open, dansen en roddelen zijn met afgemeten pasjes hun rondjes. Af en toe springen ze omhoog terwijl zij hun “tchioe”-geroep uitstoten.
Komt er ergens uit de heide een hen aangevlogen, dan heerst er onrust in de groep. sommige baltsen gewoon verder, anderen springen al schreeuwend in de lucht om de hen aan te lokken.
Het nest wordt op de grond gemaakt in een 5-tal centimeter diep, rond gat. Dit wordt beleg met wat mos en droog gras. Hierin worden 6 tot 13 okergele eieren gelegd die bezet zijn met bruinrode stippen. De broedtijd duurt 23 tot 25 dagen.