browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.
U bent hier: Hunting.be > Wild & Honden > Overig Wild > Vos

Vos

Klasse : zoogdieren
Orde : carnivora
Familie : canidae
Soort : vulpes vulpes

Uiterlijke kenmerken

De kop en ruglengte bedraagt 60 tot 90 centimeter. De totale lengte is ongeveer 130 centimeter. De schouderhoogte is 35 à 40 centimeter. Het gewicht van een vos ligt tussen 5 en de 12 kg, gemiddeld is dit 7.
De kop is breed, het voorhoofd plat, de snuit is lang en dun.
De poten zijn erg dun en omdat de vos laagbenig is, maakt hij een bijzonder lange indruk. Meestal is zijn spoor gemakkelijk te onderscheiden van dat van een hond. De nagels van beide zijtenen bereiken de zoolballen van de middenteen aan de achterkant. Bij een snelle vlucht bedekken de achterpoten de prenten van de voorpoten, spoor lijkt dam op dat van een haas.
De oren zijn breed aan de basis en spits aan de punt. Ze staan rechtop en aan de buitenkant zijn ze zwart. Ze zijn enorm beweeglijk.
De ogen staan min of meer schuin, de pupil is verticaal en ellipsvormig.
De bijzonder lange staart is roodachtig met zwarte, gele of grijze tinten. De punt (lont) is meestal wit.
De lippen zijn witachtig grijs behaard. Die afstekende lichte kleur loopt over de hele hals en borst en gaat op de buik over in een troebel tot donker grijs.
De tenen zijn zwart zodat hij de indruk geeft zwarte laarsjes te dragen. Het lichaam schijnt dik maar is in feite erg slank en krachtig. Het bekende vosrood is het zuiverste aan de bovenkant van de kop tot ongeveer midden op de rug. Vanaf die plaats komen witte haarpunten voor.

Voeding

De vos is een “alleseter”. Hij eet alles wat een kleinwildrevier oplevert, zowel haar als pluimwild. Vooral de grondbroeders hebben het zwaar te verduren. Ziek en zwak wild wordt meestal eerst opgeruimd. Toch verorbert de vos een enorm aantal muizen. Hij eet ook regenwormen, slakken, kevers, sprinkhanen, engerlingen,eieren,fruit, afval en planten. Soms slaat hij ook een reekalf.
Deze opsomming is in een rijk kleinwildrevier wel enigszins anders ! In een jachtveld met veel konijnen is de verdeling als volgt : 90% konijnen, 4% vogels en 6% muizen, eieren en insecten.

Voortplanting

Tussen kerstmis en half februari kam men loopse vossenmoeren aantreffen. Tijdens deze periode kan men over veld en bos het drievoudige gekef van de paarlustige rekels duidelijk waarnemen. Tijdens de wintermaanden worden bijna geen sociale activiteiten waargenomen, maar in de vroege lente gaan de individuen een gezel opzoeken. Daar monogamie de bovenhand heeft, herstellen de oudere vossen het contact met elkaar, terwijl de jongen nieuwe paren vormen. Tijdens de twee weken die de loopsheid van de moervos vooraf gaan is er een geweldige opleving in de gedragingen. Dit stelt de vossen in staat elkaars plaats te bepalen. Niet – gebonden jonge moeren plaatsen sterk riekende urinetekens in hun gehele woongebied en zetten een territorium uit, terwijl de rekels op zoek zijn naar een moertje. De moervos gebruikt vooral een speciale schreeuw, een soort geblaf, om er zeker van te zijn dat ze een vaste partner heeft voor zij loops wordt. De naderende loopsheid is te zien aan duidelijke fysieke veranderingen bij de moer : vooral het opzwellen van de vulvastreek en het geregeld oprichten van de staart als een uitnodiging om te paren.
Gedurende drie weken houdt de rekel zich in de omgeving van de toekomstige moeder op. Zoals een echte man waakt hij erover dat er geen andere rekels bij zijn vrouwtje komen.
Eenmaal de moervos zwanger is, begint ze het hol klaar te maken voor de komende worp. De pels op de buik bij de moer valt uit en de tepels komen bloot te liggen. Het moertje draagt russen de 53 en 58 dagen. De meeste jonge vossen worden half maart geboren. Zo een worp bestaat meestal uit 4 tot 6 jongen. Pasgeboren vosjes zijn niet groter dan een mol. Ze zijn dan grijsbruin van kleur.
Om te werpen gebruikt de moer meestal een klein onopvallend werphol. Later worden de jongen in de muil naar een groter burcht verplaatst.
Naarmate het moment van werpen nadert wordt de moervos minder actief. Sommige rekels kan men zien voedsel aanbrengen. Meestal is dit niet nodig omdat de moervos een grote voorraad voedsel opslaat.
Na 12 dagen gaan de oogjes van de welpen open. In de derde tot vierde week wankelen de jonge vosjes voor de eerste keer tot aan de ingang van het hol. Tot dan toe hebben ze louter van de moedermelk geleefd. Vossen zijn zeer vruchtbaar. Zo kan het bestand op 1 jaar verdubbelen !