browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.
U bent hier: Hunting.be > Wild & Honden > Predatoren > Zoogdieren

Zoogdieren

Bunzing

De bunzing (Mustella Putoris)

Uiterlijke kenmerken

De bunzing heeft een langgerekte lichaamsbouw. De rammen kunnen tot 1.5 kg zwaar worden, de moeren wegen meestal iets minder.
De lengte kan tot ongeveer 40 cm oplopen, excl. de staart die 20 cm lang kan zijn.
De vacht bestaat uit korte, gele onderharen en langde, donkerbruine, glanzende dekharen. De flanken en de buik zijn meestal lichter dan de rug. De kop vertoont het typische witte masker. De bunzing is een echt nachtdier. Daarom zien we hem niet dikwijls. We moeten ons vaak tevreden stellen met hetgeen hij op zijn nachtelijke toer achtergelaten heeft.
Het verharen van de wintervacht gebeurt in de maanden mei en juni. De winterpels is langharig met een geelachtige ondervacht aan de bovenzijde. De zomerpels is veel korter en donkerder met een roestbruine vacht. De witte aangezichtsvlekken komen bij dieren met een wintervacht het duidelijkst tot uiting. Over de middellijn van de buik loopt een roestbruine streep. De kin en e snuit zijn, op de glanzende zwarte neus na, geelachtig wit. Het geel gaat over de neusrug in een boog over het oog naar een gele vlek achter het oog. Bij de wijfjes is het geel bleker dan bij het mannetje, soms bijna wit. De anaalklieren verspreiden een walgelijke urinegeur.

Levenswijze

Hoewel de bunzing merkelijk groter is dan de hermelijn, is hij niet zo schadelijk. De bunzing jaagt vooral ’s nachts. Soms gaat hij ook in de late namiddag al op jacht naar ratten en konijnen.
We ontmoeten de bunzing overal. Bunzings leven meestal in holen die ze zelf graven. Het is een cultuurvolger. Hij past zich aan aan de mens. Ook zijn prooien zoekt hij dichtbij de mensen. Hij leeft solitair.
Tijdens de wintermaanden zoekt hij stallen en schuren op als hij zin heeft in eieren of kippenvlees.
Zoal een kat doodt de bunzing ook als hij geen honger heeft. Zo’n gedrag is louter reflexmatig: van zodra de kat of bunzing iets ziet bewegen, moeten zijn het vangen.

Voortplanting

De bunzing paart in maart en werpt na 40 tot 45 dagen 3 tot 6 blinde jongen in een warm, droog nest. De jongen worden 3 maanden lang verzorgd. Daarna gaat de familie uit elkaar en ieder zoekt in de maanden augustus en september een plekje om te overwinteren.

 

De hermelijn (Mustella Erminea)

Hermelijn

Uiterlijke kenmerken

De zwarte punt op het uiteinde van de staart maakt het ons gemakkelijk om hermelijnen van wezels te onderscheiden.
Het korte, dichte haarkleed os tijdens de zomermaanden aan de bovenzijde bruin. De onderbuik en de binnenkant van de poten zijn afgelijnd wit. Na de rui van november zijn ze, op de zwarte staartpunt na, volledig wit.
De ram meet ongeveer 24 tot 30 cm, de moer 20 tot 26 cm met en respectievelijk gewicht van 140 tot 350 g en 110 tot 240 g.
Bij de volwassen dieren zijn de rammen heel wat groter dan de moeren.

Levenswijze

De aard van activiteiten is nogal afhankelijk van de temperatuur. In de zomer zijn het uitgesproken dagdieren, die vooral bij warm weer rusteloos ronddolen op zoek naar buit. In de winter leven ze meer teruggetrokken binnen een kleine actieradius, dikwijls in het stro. Ze komen nog in voldoende aantallen voor en dit stijgt nog gestaag.

 

Wezel (Mustella nivalis)

Wezel

De wezel is het kleinste inheemse roofzoogdier. Wezels leven in heel Europa behalve in Ierland.

Uiterlijke kenmerken

De wezel kan qua vorm en grootte met de hermelijn worden vergeleken. Alleen ontbreekt de zwarte staartpunt. Bovendien blijven wezels anders dan hermelijnen ook na de herfstrui bruin.
De bovenzijde en de staart zijn bruinrood. De buik en de binnenzijde van de poten zijn wit. De ram meet ongeveer 18 tot 23 cm, de moer 16 tot 19 cm met een respectievelijke gewicht van 60 tot 120 g en 40 tot 80 g.

Levenswijze

De wezel laat zich niet gemakkelijk zien, hoewel het een dagdier is. In de zomer is hij bijzonder actief en zwerft hij wijd rond. Tijdens de wintermaanden verblijft hij meer onder de grond in pijpen van mollen of muizen. Bij sneeuwweer komt hij vrijwel nooit naar buiten zodat we met veel moeite een wezelprent in de sneeuw zullen opmerken.
Als typisch velddier heeft de wezel een voorkeur voor droge gebieden.

Voortplanting

De ranstijd valt voornamelijk tijdens de maanden februari en maart. Na een draagtijd van 1 maand worden er 6 tot 8 jongen geworpen.
Na 3 maanden zijn ze zelfstandig.

 

Boommarter (Martes martes)

Boommarter

Boommarter

Uiterlijke kenmerken

De boommarter lijkt goed op de steenmarter. De totale lengte van de ram ligt tussen de 75 en 80 cm. De moer is wat kleiner. Heeft ongeveer dezelfde bruine kleur. De verschillen zijn dat de borst en de buik van de boommarter meer geel dan wit zijn. De borstvlek is ook niet zo gevorkt maar meer afgerond. Heeft net als de steenmarter een vrij lange staart. De geluiden die de boommarters maken zijn heel verschillend.

Voortplanting

Net als de steenmarter, heeft ook de boommarter een vertraagde dracht. De paring gebeurt in de zomer, maar de bevruchte eicel komt pas in januari in de baarmoeder. De 3 tot 6 jongen worden meestal in april geboren. De kraamkamer is dikwijls een holle boom of bijvoorbeeld een oud nest van een zwarte specht. De jongen worden blind geboren en kunnen maar zien als zij 6 weken zijn. Op een leeftijd van 6 maanden zijn zij zo groot als de moeder. Toch duurt het tot het tweede jaar na de geboorte eer de monogaam levende boommarters geslachtsrijp zijn.

Biotoop en voedsel

Zoals de naam al aangeeft, heeft de boommarter een voorkeur voor bossen. Al is hij wel in staat om ook buiten de bossen te leven. In tegenstelling tot de steenmarter, mijdt de boommarter de aanwezigheid van menselijke bewoning. De boommarter is een nog betere klimmer dan de steenmarter. Hij is zelfs in staat om een eekhoorn met succes te achtervolgen door de kruinen van de bomen. Toch zoekt hij het grootste deel van zijn voedsel op de grond. Dat bestaat uit aas, insecten, amfibieën, eieren, vogels, kleine zoogdieren tot de grootte van een konijn en vruchten.

Predatoren

De boommarter heeft bij ons nauwelijks natuurlijke vijanden. Het grootste gevaar voor hem komt van de mens. Het eten van vergiftigd aas, vervolging en het verkeer zijn reële bedreigingen.

Verspreiding in Vlaanderen

De boommarter komt in Vlaanderen slechts in zeer beperkte mate voor. De belangrijkste oorzaak is wellicht het ontbreken van voldoende gebieden met de nodige rust.

 

Steenmarter (Martes foina)

Steenmarter

Steenmarter

Uiterlijke kenmerken

De steenmarter (fluwijn) is een bruin tot grijsbruin dier met een witte buik en borst. De lichte onderwol wordt volledig bedekt door de bruine dekharen. Met een lengte tot 75 cm. en een gewicht van ruim 2 kilo is de ram een flink dier. De moer is een stuk kleiner. De lengte van de staart is ongeveer een derde van de totale lengte.  Produceert een scala aan knorrende, piepende en sissende geluiden.

Voortplanting

De steenmarter is één van de marterachtigen met een vertraagde dracht. De paring is in de zomer, maar de implantatie van het embryo vindt maar plaats 3 maanden vóór de geboorte. De totale dracht duurt zo ongeveer 38 weken. De 3 tot 7 jongen blijven ongeveer 2 maanden in het nest. Zij zijn maar volwassen na een jaar en geslachtsrijp in het tweede jaar na de geboorte. De steenmarter leeft monogaam en heeft een eigen territorium.

Biotoop en voedsel

De steenmarter is nog meer dan de bunzing te vinden in de omgeving van menselijke bewoning. Als het niet te uitgestrekt en vlak is, kunnen wij hem overal tegenkomen. Woont graag in schuren, op zolders of zelfs in kruipruimten onder de vloer. Maakt zich nogal eens ongeliefd door zijn grote voorliefde voor eieren. Niet alleen kippeneieren, maar bijvoorbeeld ook de eieren van duiven. Vaak overleven ook de duiven zo’n bezoek niet. Verder eet hij vogels, kleine zoogdieren, amfibieën en vruchten. Om de één of andere reden kruipt hij graag onder de motorkap van een auto en bijt dan de bedrading stuk.

Predatoren

Als dier dat overwegend ’s nachts actief is en door zijn flinke afmetingen, heeft hij weinig vijanden. Vervolging door de mens en het verkeer maken de meeste slachtoffers.

Verspreiding in Vlaanderen

De steenmarter is de laatste decennia aan een geweldige opmars bezig vanuit het oosten. Het is nu in vrijwel volledig Vlaanderen geen zeldzaam voorkomend dier meer.