fbpx
0

Een gepassioneerde wild-beheerder trekt er vaker op uit om het wild te analyseren dan het te strekken. Dat geldt ook zo voor de reeën. Iedereen heeft zijn mening over het strekken van reewild en vooral als het over de reebok gaat. Bovenaan mijn lijstje staan de bok(ken) met een blessure. Daarna heb je de afschotbokken en tot slot de mooiere bokken. Mijn voorkeur gaat uit naar enkele mooie jonge bokken die overblijven voor de bronst. Deze worden niet gestrekt maar worden gespaard om hun genen te kunnen verspreiden.

Belgian Hunter

Zo was het 15 mei niet anders. Na een spannende ochtend (lees 15 mei, een speciale dag… deel 1) besloot ik samen met een vriend, Gert-Jan, een avond aanzit te doen op de bok of vos. We zaten beide aan elke uiteinde van de jacht. Ikzelf op een plaats waar af en toe een redelijk oude bok passeerde, die ik ook graag wou strekken. GJ op een plaats waar veel reeën en vossen passeren. Rond 21 uur hadden we beiden al wat reewild zien komen en gaan. Maar niets interessant om te strekken. Afgeleid door een whats-appje uit een jachtgroep, verraste een vos mij. Deze waagde de oversteek van het ene bos naar het andere. Hij had nog maar een tiental meter af te leggen voordat hij zou verdwijnen in het struikgewas. Terwijl ik naar mijn geweer greep riep ik hem al tot halt. Veiligheid af, het kruis er op en zachtjes aan de trekker komen… de kogel was er uit. Onmiddellijk na het schot werd ik gebeld door GJ: “Heb je hem?”. “Nee, die niet. Maar de vos wel” antwoordde ik hem. De nodige felicitaties werden gegeven en we besloten om nog even te blijven zitten. Het was namelijk nog vroeg op de avond en er kon nog veel gaan gebeuren. Na wat foto’s genomen te hebben besloot ik om de andere kant van het bos op te zoeken. Daar lag nog een mooi grasveld waar ik de oude bok misschien kon tegenkomen. Ik ben nog niet om de hoek als ik zie dat het grasveld gemaaid is. Onmiddellijk schiet er door mijn gedachten dat een bok niet snel op een gemaaid veld gaat komen laveien. Enkele stappen verder zie ik een roodbruine plek tegen de bosrand. Snel grijp ik naar mijn Swarovski verrekijker om te concluderen dat het de oude bok is waarnaar ik opzoek ben. De quad-stick van Viper-Flex wordt geruisloos opengevouwen en met het geweer in de aanslag wacht ik tot de bok dwars gaat staan. Minuten gaan voorbij en de bok blijft maar van me weglopen. Een nekschot wagen op 120 meter en het riskeren om het wildbraad aan flarden te schieten of de bok te kwetsen, zit er zeker niet in. Dus ik wacht en op het moment dat de bok net achter de hoek wilt verdwijnen besluit hij om semi dwars te gaan staan. Een betere kans ga ik niet krijgen, de veiligheid gaat er af maar de blok blijft eten en ik heb er geen 100% vertrouwen in. Kortstondig roep ik “HEY” en in een flits staat de bok mooi dwars. Dit moest ik hebben en zonder twijfel kom ik aan de trekken. Met een grote sprong verdwijnt hij in het bos. Het schot voelde goed, hij gaat niet ver liggen. Bij het naderen van de aanschotplaats zie ik de bok 3 meter in het bos liggen. Een moment van opluchting is er altijd, ook al zat het gevoel goed.

Wat een mooie bok, hij is nog groter dan vorig jaar. Ik sleep hem op het gemaaide gras en positioneer hem. Na enkele foto’s denk ik bij mezelf waarom Gert-Jan mij nog niet gebeld heeft. Zou hij dit schot niet gehoord hebben? Dat kan haas niet.

Wordt vervolgd…